Over Verkiezingen en de Prinses op de Erwt

Posted: May 25, 2014 in Elections, Government, Politics, Society
Tags: , ,

Morgen is het weer zover : dan mogen we, in de beslotenheid van een houten hokje, verscholen achter een gordijntje dat een beetje gekrompen lijkt in de was, onze meest persoonlijke verzuchtingen en verwachtingen toevertrouwen aan de buitenwereld, middels een rode stip of een druk op een scherm. Niemand zal weten wat die verzuchtingen of verwachtingen zijn: daarvoor rekenen we op de naam die naast die rode stip of op de elektronische kaart staat om de wereld daarvan kond te doen en die voor ons te realiseren. Zoals de contradictorische bewoner van het onbewoond eiland zijn papiertje met zijn SOS in een fles aan de golven toevertrouwt, zo zullen wij zondag die wensen en verzuchtingen in drievoud, zwijgend, en met de grootste discretie, via een gleuf in grote houten dozen met een slot deponeren, erop hopend dat zij zullen aanspoelen op het strand van een bewoonde kust, waar een vriendelijk iemand er iets mee zal doen.  Verkiezingen: het is altijd een beetje avontuur.

Eigenlijk moest men de term “verkiezingen” zelf maar eens onder de loupe nemen. Misschien moeten we eerder gaan spreken van “voorkeuringen”. De term “verkiezingen” lijkt te impliceren dat aan het eind van het proces de keuzes zijn gemaakt en ons door de Mozes van het moment, in stenen tafelen gehouwen, zullen worden afgeleverd, kant en klaar om tot de laatste letter en komma ten uitvoer te worden gebracht. Maar zo is het natuurlijk niet. Verkiezingen zijn pas het begin: u brengt uw voorkeur, uw stem uit, en uw stem draagt enkel zover als de wind haar draagt. In de open vlakte en bij zware tegenwind, krijgt u uw stem, gemengd met het zand van de politieke woestijn die zich de dag na de verkiezingen pas ten volle openbaart, als een boemerang in het gezicht terug. De fata morgana van “de kiezer die beslist” is dikwijls al opgelost nog voor Martine Tanghe de verkiezingsshow van de openbare omroep heeft afgesloten.

Maar goed, zondag worden we nillens willens deelachtig aan “De Moeder Aller Verkiezingen”. Dat hebben we wel al vaker gehoord, meestal van partijen die op dat moment de wind in de zeilen hebben en denken te worden voortgestuwd in de vaart der volkeren, maar … 25 mei 2014 lijkt voor één keer inderdaad wel meer zwanger van belang dan andere verkiezingen uit het recente verleden. Meer, veel meer dan in de voorbije jaren, gaat het terug om ideologische keuzes die moeten worden gemaakt en door het samenvallen van de federale, regionale en Europese verkiezingen is er geen gelegenheid op een herkansing in de eerstkomende vijf jaar. Vijf jaar, dat is voldoende om een quasi onomkeerbare realiteit te bewerkstellingen. Vijf jaar, dat zijn 1826 dagen waarin uw stem niet zal worden gevraagd … en dus ook amper zal worden gehoord op de hoogste échelons van de wetstratelijke Olympos. Het gaat, met andere woorden, deze keer wel degelijk om de knikkers, dus we kunnen maar beter gewapend met megafoon en versterker het stemhokje intrekken.

Kris Peeters heeft uiteraard gelijk wanneer hij stelt dat ieder beleidsniveau zijn eigen “afrekeningsmoment” –lees: aparte verkiezingsdatum- verdient. Uit de realiteit is echter al vaak gebleken dat een verkiezing voor het ene niveau tezelfdertijd een populariteitspoll voor het andere blijkt te zijn, waardoor politici van de verschillende niveau’s zich constant genoodzaakt zien te duwen, te trekken of op te volgen in àlle verkiezingen, wat het bijna onmogelijk maakt een lange aaneengesloten periode zonder verkiezingskoorts te beleven. Zo een periode zit er, door die samenvallende verkiezingen, nu wèl aan te komen, net op een moment dat, onder andere tengevolge van de wereldwijde financiële crisis, de maatschappelijke breuklijnen zich even duidelijk aftekenen als de kloven in de Grand Canyon.

Economie. Sociale welvaart. Loonlasten met of zonder verlaging. Confederalisme. Of is het nu separatisme ? Vermogensbelasting. Index. Pensioenen. Werkloosheid. Milieu.

Het is maar een greep uit de grabbelton van het politieke spel waarover u zondag gevraagd wordt, met een rood potlood of een elektronische druk op de knop, een uitspraak te doen. Ik weet niet hoe dat bij u zit, lezer, maar voor mij is dit lichtjes intimiderend: ik heb daar allemaal niet voor gestudeerd, meneer ! Dus mocht u zondag toevallig in het hokje naast mij staan te vogelpikken met dat potlood, wees niet verbaasd over het geluid van mijn knikkende kniëen achter dat tussenschot. ik ga namelijk stemmen over de wereld van uw kinderen. Voorwaar geen kleine verantwoordelijkheid !

De aflopende verkiezingscampagne heeft ons weer fraaie voorbeelden van de roepende mens, de blunderende mens, de twijfelende mens, de mens voor wie krom recht is en recht krom, de in-de-roes-van-de-nakende-overwinning-verkerende mens, de mens die de problemen een kleur geeft (bruin) en zelfs een stervende mens getoond, maar tussen al het carnaval door zijn de keuzes waar we voor staan ook wel heel duidelijk geworden. En na al die hoempapa van eindeloze debatten, persconferenties, interviews, woord- en wederwoord, grafieken, cijfers en nog meer cijfers, is het voor mij heel duidelijk : “If things don’t go right, turn left”. En dat is wat ik deze keer, veel bewuster dan de vorige keren nog, ga doen. En hier zijn enkele van de redenen waarom.

Omdat ik niet geloof in de splitsing van een land, een voorschoot groot. Niet in internationale context. Niet in Europese context. Niet in nationale context. Omdat ik het een gevaarlijk precedent vind, zich van het “zwakke broertje” (Wallonië) te willen ontdoen, omdat het ons, Vlamingen, zogezegd afremt in onze groei. What’s next, vraag ik mij dan af: Limburg dat er binnen een paar jaar afgereden wordt ? Vlaams-Brabant dat op termijn teveel verfranst is, dus: overboord ermee ?

Omdat ik het welbekende “wat we zelf doen, doen we beter” een ongelooflijk vals discours vind. De VOKA’s, Unizo’s en VBO’s van deze wereld staan aan de zijlijn te applaudisseren voor dit zogenaamde “parler vrai” van iemand “die het durft zeggen zoals het is”, maar wat we in de bedrijfswereld zien is net het tegenovergestelde: daar is het al “wat we zelf doen, is veel duurder” wat de klok slaat en dus wordt er geoutsourced naar Roemenië, naar India, naar China, naar Vietnam … dat het een lieve lust is. Vele goeie banen gaan daardoor hier verloren, niet omdat de loonlast het niet toelaat ze hier te houden, maar omdat de winst niet “geoptimaliseerd” is.

Omdat ik het ongehoord vind dat rechts heelder groepen van de bevolking stigmatiseert. “Wat Walsch is, valsch is. Sla dood !” en “Al wie da nie werkt, al wie da nie werkt, al wie da nie werkt is homofiel”. Zoiets. Walen en werklozen hebben het gedaan. Punt. En nu gaat men orde op zaken stellen. Punt. Een sociaal-economische herstelregeing. Voila ! Vanaf dag een ! … Wat men er niet bij zegt is dat veel van de bedrijven uit ons rijke Westen  (bij wijze van voorbeeld, omdat dit mij als sinoloog uit vroeger dagen het best bekend is) naar de grote reus China zijn vertrokken, niet omwille van de lage loonkost, maar omwille van het grote marktpotentieel. Wat men er niet bij zegt is dat veel van die bedrijven jarenlang geld in die markt hebben gepompt alvorens ze er de eerste dollar winst zagen uitkomen, als er al iets uitkwam, want de Renminbi was niet converteerbaar en kon dus in principe het land niet uit. Wat men er niet bij zegt is dat de slimme Chinezen, met dat enorme marktpotentieel als troefkaart, geen deal afsloten zonder overdracht van technologie en de Westerse bedrijswereld dus zijn eigen concurrenten heeft gecreëerd. Wat men er niet bijzegt is dat de grote bedrijven dus zelf voor een groot deel de loonkost onder druk hebben gezet. Maar het zijn nu wel de werklozen die het hebben gedaan. En de Walen, natuurlijk, want die hadden plots geen steenkool meer, onnozelaars ! … “There’s something rotten in the State of Flanders”.

Omdat het er bij mij niet ingaat dat men, Angela vrolijk na-tweetend, beweert dat “multi-culti” is mislukt, maar weigert onder ogen te zien dat de super-diverse samenleving in de grote steden nu al een feit is en enkel nog maar uitbreiding zal krijgen, wat men aan die Europese landsgrenzen ook probeert: een mens die honger heeft, vervolgd wordt, uitzichtloos is of … waarom niet ? … meer ambitie heeft dan zijn thuisland hem kan bieden, die zàl ook in de toekomst tunnels graven, over muren van enclaves klimmen, in gammele bootjes de Middellandse zee oversteken, enz … Maggie De Block mag dan al een aantal verwezenlijkingen achter haar naam schrijven die positief zijn, een echt beleid om de allochtone gemeenschap voluit mee in bad te trekken zie ik niet. En dat dat geen gemakkelijk discours wordt, dat begrijp ik ook: men heeft het water al veel te lang veel te diep laten worden, en (tot spijt van wie ‘t benijdt) is dat heus geen zaak van enkel maar wat Nederlands te kennen.

Omdat er eindelijk eens serieus moet nagedacht worden over alternatieve vormen om deze samenleving drijvende te houden. Men spreekt van een opnieuw lichtjes aantrekkende economie in de Europese Unie en armen gaan hoera-gewijs in de lucht, maar de werkloosheidscijfers blijven wel maar stijgen. De mythe van de “trickle-down” economie heeft zijn krediet verloren: it’s not happening. De rijken worden (veel) rijker, de midden- en onderklasse happen naar adem. Dus in plaats van enkel de bedrijven tot het Alfa en het Omega van de maatschappij te bombarderen (wat onder eender welke coalitie nog wel een tijdje zo zal blijven), wordt het tijd de ruimte daar tussenin te verkennen met andere initiatieven waar “zuurstof” moet aan gegeven worden. Cooperatieven, met succesverhalen in Zwitserland, Spanje en Canada, kunnen daar een deel van zijn, maar bijvoorbeeld ook de commons, zoals voorgesteld door onze Belgische landgenoot Michel Bauwens, stichter van de P2P Foundation. Het wordt tijd dat we ook eens wat andere geluiden gaan horen en, zoals het een productontwikkeling in eender welk zichzelf respecterend bedrijf betaamt, de kans krijgen het extensief te testen. Op rechts zie ik die bereidwilligheid niet.

Omdat mijn oren telkens weer gaan flapperen bij het rechtse discours over die veel te grote overheid. Over welke overheid hebben zij het dan, vraag ik mij af: die overheid die hen door het aangeboden onderwijs op de positie heeft gebracht waar zij nu staan ? Die overheid die instaat voor de wegen, waterwegen, spoorlijnen waarover u en ik naar het werk gaan en waarover alle bedrijven hun produkten tot bij hun klanten brengen ? Die overheid die de opvang van hun kinderen verzorgt ? Die overheid die aan hun kreet van “meer blauw op straat” moet voldoen ? Die overheid die het sociale vangnet voor ons regelt ? Vertel het mij, ik smeek u ! Zoals ik al in dit artikel heb aangehaald, wordt het de hoogste tijd dat men nagels met koppen begint te slaan, en exact benoemt waar men wat hoopt te saneren. “De ambtenaar” bestaat niet. “De overheid” bestaat niet. Natuurlijk zijn er diensten die overlappen, overbodig zijn, niveau’s die mogelijks kunnen geschrapt worden (provincies ?) en ja, dat mag en moet onderzocht worden en ja, daar mogen optimalisaties gebeuren, maar bespaar mij die eeuwige klaagzang over de te grote overheid. Zoals uit het zeer recente verleden is gebleken, is er niemand die de overheid meer nodig heeft dan de bedrijven (subsidiëring, exportfinanciering …), met de banken die het zonder die overheid niet hadden overleefd op kop, dus ik begrijp die obsessie rond “de overheid” van rechts eigenlijk helemaal niet zo goed.

Omdat men mij nog eens moet uitleggen waarom het wel perfect aanvaardbaar is dat binnen eenzelfde sector de verloning van de meest verdienende ten opzichte van de minst verdienende ettelijke tienvouden mag verschillen, maar het totaal onaanvaardbaar is om diezelfde grootverdieners één tot twee percent meer aan belastingen te laten bijdragen; waarom het wel perfect aanvaardbaar is om op alle straathoeken, in elke portiek, op elke lantaarnpaal een camera te plaatsen die jan en alleman in de gaten houdt, maar het totaal onaanvaardbaar is een vermogenskadaster in te voeren, die alle vermogens in de gaten houdt. Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen, toch ? Dat dit mogelijk ook een oplossing zou kunnen betekenen voor die veelbesproken sociale fraude, daar wordt dan weer zedig over gezwegen. Dat dit mogelijks een begin van een oplossing zou kunnen zijn voor die nog veel grotere witte-boorden fiscale fraude, daar wordt met nog meer verbetenheid over gezwegen.

U voelt het ongetwijfeld aan uw kleine pink: ik zou nog eventjes kunnen doorgaan, maar daar heeft niemand wat aan, aangezien het tenslotte ook niet meer zijn dan mijn persoonlijke conclusies uit de voorbije periode en iedereen tenslotte zijn eigen conclusies moet trekken. Liever zou ik besluiten met een voorbeeld uit het verre Colombia. In de jaren 90, werd daar een ingeweken Litouwse professor wiskunde en filosofie, Antanas Mockus, burgemeester van Bogotá. Mockus verwierf nationale bekendheid toen hij nog als rector van de Universidad Nacional tijdens een lezing in het auditorium voor een rumoerige menigte van studenten zich met zijn rug naar het publiek draaide, zijn broek afstak en zijn billen toonde (“mooning“). Het maakte hem tot de held van het anti-establishment en bracht hem op het politieke pad. Wat volgde was echter veel impressionanter. Gedurende zijn eerste legislatuur als burgemeester (hij heeft er twee gehad, zij het onvoltooid) dropten in de hoofdstad de misdaadcijfers met 70%. Mockus had daarvoor niet “meer blauw” op straat gestuurd, maar werkte met publieke pedagogische campagnes om burgers meer bewust te maken van de wet en meer vetrouwen te geven in die wet, om criminelen empathie aan te leren enz … Het meest bekende voorbeeld waren de 400 mimekunstenaars die Mockus naar alle grote kruispunten van Bogota uitstuurde: telkens een bestuurder net iets te gewillig gas stond te geven aan het rood licht of voetgangers het groen licht aan het zebrapad niet konden afwachten, ging een van die mimes er op af en ridiculiseerde die persoon ten overstaan van iedereen in de buurt. In de periode tussen 1993 en 2003, ging het aantal verkeersongevallen per honderdduizend inwoners van 1300 naar 600 naar beneden. Toen Mockus op de nationale televisie onder de douche ging staan en toonde hoe men water kon besparen, daalde het waterverbruik in de hoofdstad  met 30% procent. En toen tenslotte de bevolking zo verheugd was over de resultaten die hij kon voorleggen en de manier waarop hij dat had bereikt, nodigde hij iedereen die vertrouwen had in de gemeentelijke overheid uit om op vrijwillige basis 10% meer belasting te betalen. Meer dan 50.000 inwoners van Bogotá gingen op de uitnodiging in.

Mockus reed geen foutloos parcours, maar zijn verwezenlijkingen tonen wel aan wat moreel gezag en niet-repressieve methodes kunnen bereiken. Het wordt tijd dat dat soort mentaliteit, dat dat soort inspirerende figuren ook bij ons opstaat en een nieuwe manier van denken tonen, weg van het bekende apocalyptische, bangmakende discours van rechts, voor wie “de ander” het altijd heeft gedaan. En daarom kijk ik naar links.

Kent u het sprookje van de prinses op de erwt ? Het verhaaltje van dat meisje dat, op een berg van matrassen in haar hemelbed, toch niet goed had geslapen omwille van die erwt ergens helemaal onderaan ? Wel, morgen ga ik stemmen op die erwt. Omdat er nood is om binnen te dringen in de comfortzone van de grote partijen die toch sowieso nog het land zullen besturen, en omdat het precies omwille van die erwt was dat dat meisje uiteindelijk tot prinses werd uitverkoren.

Ik wens u allen een stem in eer en geweten !

 

Comments
  1. Ann T'Hooft says:

    De nagel op de kop ! En exact verwoord wat ik gisteren al eventjes gehoord had…… Benieuwd of jouw knietjes echt geknikt hebben deze ochtend.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s